DAT IS WAT IK WIL

De winter was voorbij. Fris groen gras schoot op. Mens en dier haalden opgelucht adem, toen de zon aan kracht begon te winnen. Het was een lange winter geweest dat jaar. Veel sneeuw had de boel ontregeld. Mensen waren gedwongen om veel meer binnen te blijven, maar toch had dat een gelukkige keerzijde. Het was voor velen een tijd van reflectie geweest. Velen, die dat anders niet deden. Veel innerlijke deurtjes waren opengegaan. Veranderingen werden in gang gezet. En toen eindelijk de nieuwe lente de mensen naar buiten lokte, wachtte daar een fris gewassen wereld. De nachtelijke regen had alles geschoond, de klimmende ochtendzon toverde duizenden kleuren in even zovele regendruppels, die takken met het eerste groen versierden als parelkettingen.  

 Het was een mooie dag. De man en de vrouw besloten hun dagprogramma te veranderen. Deze dag moest gevierd worden! Het werk moest maar even wachten. Ze pakten hun fietsen, stoften die na de lange winter wat af, vulden de fietstassen met zaken voor onderweg, pompten de banden nog een keer op en vertrokken. Het was alsof ze voor het eerst op aarde waren. Alsof de kleuren nog nooit zo sprankelend en zo helder waren geweest als deze dag. Alsof nieuwe dromen wakker konden worden in hen. En in die droomachtige sfeer belandden ze op een bankje aan het water, omringd door bomen en struiken. Paradijs, waar de eerste bloemen bloeiden, de eenden snaterend en spetterend hun bad namen en een eerste kikker voorzichtig kwaakte. Ze aten het meegenomen brood op en voelden zich zo voldaan als ze zich in lange tijd niet hadden gevoeld.  

 "Weet je nog, begon de vrouw. Onze valpartijen deze winter? Hoe jij door je rug ging bij het sneeuwruimen en ik viel? Wat was dat toen een nare tijd. Toch lijkt dat nu alweer zo lang geleden. Ja, zei de man, "maar ik heb me ook gerealiseerd dat die valpartijen ons dwongen om niets te doen, binnen te blijven, om na te denken over onszelf. Ze hebben uiteindelijk heel helend en transformerend gewerkt. We hadden het ook wat rustiger. Ik had toen net mijn werk afgerond en jij werkte nog maar een klein beetje. Het gaf ons de tijd op diep van binnen te kijken naar wat vroeg om verandering en dat hebben we gedaan. We wisten toen niet wat we wilden met de rest van ons leven. Niet rentenieren, nog niet. Wel genieten, zoals nu van deze dag. En later met net zoveel vreugde de klusjes doen van alle dag.

Maar ik weet nu ook wat ik wil. Lezingen geven. Ik heb zoveel wijsheid verzameld. Die wil ik graag delen met mensen. Niet zoals een docent die het allemaal wel weet, maar als iemand die dingen doorleefd heeft, die er wijzer van is geworden, die deze wijsheid graag met anderen wil delen. En dan hoop ik dat er groepen mensen op ons pad komen die we samen kunnen begeleiden. Niet dat wij het weten en het hen allemaal wel even zullen vertellen, maar samen groeien naar meer eenheid, meer verbondenheid, terwijl ieder de eigenheid, die van nature bij hem of haar hoort, behoudt. 

 De vrouw luisterde belangstellend.  Toen zei ze: "Ik wil boeken schrijven om mensen meer wakker te maken voor hun groter weten, dat in hen zelf besloten ligt. Ik hoop met deze boeken mensen te bereiken. Ook ik hoop dat ik uit de groep lezers die mensen naar me toe trek die daar behoefte aan hebben, om samen te groeien in bewustzijn. We merken toch dat wij ook nog steeds groeien, keer op keer. Samen delen, samen ervaringen uitwisselen, samen meer warmte en liefde genereren dan ieder voor zich. Van daaruit die warmte en liefde inzetten in ieders dagelijks leven, dat is wat ik wil.  

"Onze wensen komen mooi overeen, vervolgde de man. "Weet je wat ik nog meer wil? Genoeg tijd voor dagen zoals deze, genoeg tijd om in de natuur te zijn. Genoeg tijd voor zelfreflectie. De dingen doen zonder moeten, vanuit een natuurlijke stroom. 

"En weet je wat ik wil? vroeg een klein stemmetje vr hen, iets lager. Beiden keken verbaasd op. Het bleek de kabouter te zijn die eerst in hun tuin woonde en langzamerhand steeds meer contact met hen had gezocht, om met hen samen te zijn. "Ik wil samenwerking. Ik wil de kabouters tot meer bewustzijn brengen, net als jullie mensen doen. Ik wil met groepen kabouters werken. En als jullie meer eenheid en verbondenheid, warmte en liefde hebben gegenereerd in al die mensen, dan willen wij weer met hen samenwerken, samen groeien in bewustzijn, samen leren hoe we de wereld weer kunnen verbeteren, hoe we de aarde weer heler kunnen maken. Dat is wat ik wil.  De man en de vrouw knikten. Ze vonden het een heel goed idee en besloten werk te maken van hun plannen. Zo jong waren ze niet meer. Bovendien was er haast bij. De aarde wachtte op hen. De ommezwaai moest gemaakt worden.