DE DUINDOORNFEE

DE DUINDOORNFEE

(Ontmoetingen met natuurwezens: vakantieweek van Eric en Nienke op Ameland, juni 2015)

Vrouwe Rixt van Ameland

Al op een van onze eerste vakantiedagen  worden we ergens in de natuur benaderd door de deva van Ameland, die zich Vrouwe Rixt laat noemen. Ze zegt dat het hele verhaal over Vrouwe Rixt van Ameland met een korrel zout genomen moet worden. Mensen die haar konden waarnemen, hebben daar in hun onbenul hun eigen verhaal van gemaakt. Zij, Vrouwe Rixt, is gewoon de overkoepelende deva van Ameland. Ieder eiland heeft zijn eigen deva, soms mannelijk, zoals Terschelling, soms vrouwelijk, zoals Vlieland.  Haar taak is om tegenwicht te  bieden voor Nederland, vooral voor de Randstad, zodat Nederland beter in balans kan blijven. Daarom ervaren de mensen die Ameland bezoeken rust, weidsheid, weer bij zichzelf komen, enz. Dat is heel belangrijk, zegt ze.

Nienke:

De duindoornfee

Terwijl Eric gaat zwemmen in zee, zijn grote wens, zoek ik een plekje in de duinen waar ik ongestoord de prachtige, geurende duinrozen kan tekenen. Midden tussen de duindoorns vind ik op een duinhelling een plekje, net groot genoeg voor een persoon. Ik geniet van de warme zon op mijn rug en van het tekenen van de prachtige duinrozen schuin boven me, die met hun roze bloemen prachtig afsteken tegen de blauwe lucht. Als Eric zich veel later meldt, zijn de bloemen inmiddels af en heeft de verdere tekening zijn contouren al gekregen. Ik ben bezig om de duindoorns om de bloemen heen in de juiste tinten grijsgroen weer te geven, als hij me roept. Ik ruim op, want de rest kan ik immers later wel afmaken. Duindoornfee, duindoornfee,” klinkt het in mij, terwijl ik dat doe. Duindoornfee? Kan dat? Bij planten horen toch elfen, vraag ik me verbaasd af. Een beetje snibbig klinkt het in mij: "Ik ben de duindoornfee.” Ik stem me op haar af. "Nou, wanneer ga je mij tekenen?” Inmiddels ben ik moeizaam tussen de duindoorns door naar beneden gegaan, waar ik dit aan Eric vertel. Die stelt voor om dat tekenen maar meteen te doen, want we hebben immers geen haast.

Hoe groot zou ik de duindoornfee moeten tekenen? "Nou, gewoon, tussen mijn planten natuurlijk.” Ze zegt het wat pinnig, dus daar moet ik het mee doen. Ik vraag de duindoornfee hoe ze eruit wil zien. "Een bessenhoedje natuurlijk, begin daar maar mee.” Ik zoek naar de goede  kleur. "Nee, niet die kleur, die andere kleur moet het zijn.” Wéér dat besliste toontje. Als het hoedje na verloop van tijd naar tevredenheid van de duindoornfee op papier staat, volgt een bessenkraag. Ik vraag haar naar de kleur van haar haar. "Groen natuurlijk, net als de duindoornplanten!” Weer dat pinnige toontje binnen in mij, alsof ik dat had moeten weten...   Vaag teken ik de contouren van haar jurk tussen de duindoornstruiken en vraag  dan aan haar of ze tevreden is. Nou, de kraag is maar matig... ik verander er wat aan, voeg nog wat accenten toe aan de jurk.
 
Eindelijk is ze tevreden over het resultaat. Maar ik moet er echter nog wel een toverstokje bij tekenen, ze is immers een fee! Dat doe ik, maar ze is niet tevreden. Er is niet genoeg licht in het toverstokje, vindt ze. Dat lukt me niet met lichtere kleurpotloden. Daarom breng ik de suggestie van licht aan door te gummen aan de punt van het toverstokje. Het resultaat kan er mee door, is de uiteindelijke mening van de duindoornfee. Ik vraag me af, hoe duindoornbloemen er uit zouden zien. Hebben die dezelfde kleur als de bessen? Maar nee, ze moet niets weten van bloemen bij haar outfit. De bessen, daar gaat het om! "Gezondheid gaat voor alles!” zegt ze daarom heel beslist tot slot.
 
Afbeelding invoegenduindoornfee en duinrooselfje

Terwijl ik Eric vertel op welke toon de duindoornfee me steeds ‘toesprak’, realiseer ik me tegelijkertijd dat duindoorns stekelig zijn, maar dat de bessen een grote gezondheidswaarde hebben. Dat verklaart haar stekeligheid in haar contact met mij, maar ook haar slotopmerking over gezondheid  voor alles, bedenk ik me opeens.Graag had ik contact willen hebben met de elfen van de duinrozen, bedacht ik me achteraf. Maar het bleef bij het tekenen van de bloemen van die ene duinrozenstruik hogerop het duin. Wel zat ik de hele tijd midden tussen de duindoorns, zonder die bewust  op te merken. Totdat ik die tekende en inkleurde en de duindoornfee zich onverwacht meldde.Die avond realiseer ik mij, dat ik de duindoornfee vragen had kunnen stellen, zodat we meer van haar en van de duindoorns geweten zouden hebben. Helaas heb ik dat niet gedaan, omdat ik opging in het tekenen. Eric doet dat wel. Omdat hij van mij hoorde hoe pinnig ze sprak, vroeg hij zich af: maar hoe zit het met de liefde? Het antwoord is simpel: al haar liefde is gericht op de gezondheid brengende zegen van een overvloed aan duindoornbessen.

De volgende dag kijk ik naar de tekening. "Die is nog niet af,” klinkt het tegelijkertijd in mij met een lieflijk soort stemmetje. Ik heb geen idee wat er bij zou moeten, maar pak gehoorzaam tekening en kleurpotloden. Langzamerhand, maar steeds duidelijker, verschijnen in de kleuren van de duinrozen de contouren van een bloemenelfje. Met een bloemblaadjesdopje op haar hoofdje en een soort vleugels als een duinroos in volle bloei. "Ik ben met heel veel zusters, maar  het is genoeg als je alleen mij tekent,” verneem ik vriendelijk van binnen. "Zou je mijn haar warmgeel willen maken?” Haren verschijnen op mijn tekening, haren als het goudgele open hart van de duinrozen. Het bovenlijfje wordt op haar verzoek één groot hart: "Zou je dat hart ook zo zonnig geel willen maken?” Vol vreugde voer ik het uit. Hoe lieflijk voelt ze in mij, lieflijk als de duinrozen, maar ijler. Ik besef dat ik zal moeten gummen, om dat ijle beter tot uitdrukking te kunnen brengen. Het duinrooselfje hoort doorschijnender te zijn, met de strakblauwe lucht is er iets doorheen schemerend.

Ik heb geleerd van gisteren en stel daarom vragen aan het duinrooselfje: "Wat is jullie taak?” "Wij dragen zorg voor de bloemen, in opdracht van de bloemenfee.” Oh, dus er is ook al een bloemenfee", bedenk ik me: "ik heb altijd gedacht dat elfen die taak op zich hadden genomen." "Nee, de bloemenfee werkt samen met elfjes. Je wist toch al dat elfen en feeën dicht bij elkaar staan? Nou, daarom dus!” , weerklinkt het in mij. Ik ben weer wat wijzer geworden. "Zou er misschien een speciale bloemenfee zijn voor iedere bloemsoort, er is toch ook een duindoornfee?" vraag ik me af.  "Nee hoor, de bloemenfee van ons is een eilandfee. Ze zorgt voor alle bloemen van het eiland.  Ze bezoekt iedere streek van het eiland en zet ons aan om ons werk naar behoren te doen. Zij heeft de toverkracht, zij wordt kosmisch geholpen om haar werk te doen. Wij hebben onze liefde voor onze eigen bloemen, waar we uit geboren worden, waar we voor zorgen. En in rust keren we terug in de planten als de zomer en ons werk er op zit. We zorgen alleen voor de bloemen, niet voor de rozenbottels. Dat doen de botteljongetjes.” Tjonge, wat leer ik een boel bij! Wat zijn botteljongetjes nu weer voor wezentjes? "Ach, jij kent toch ook wel de eikel- en kastanjemannetjes?" Nee, die ken ik niet. "Botteljongetjes horen bij de late zomer en de herfst, wij bloemenelfjes horen bij de lente en de vroege zomer. We hebben nu eenmaal verschillende taken. Welke dat zijn en hoe dat gaat? Dat moet je hen zelf maar vragen, dat weet ik niet.” We zijn uitgepraat. Er zijn nog geen bottels, dus vragen gaat niet.

De volgende dag komen we terug op de plek waar de ontmoeting met de duindoornfee was. Ik  zoek contact met haar. Dat lukt gelukkig. Ik vraag de duindoornfee wat mensen het beste helpt: we hebben duindoornsap, duindoornbeleg en duindoornlikeur gezien. "Ja, jullie hebben in de winkel gekozen voor duindoornbeleg. Daar zit wel meer duindoorn in, maar duindoornsap is beter voor de gezondheid. Duindoornlikeur is niet zo wat, behalve natuurlijk als het echt koud is. Maar wat jullie hebben gekocht, komt niet van hier, dus daar heb ik geen invloed op.” Inderdaad: nagekeken bij thuiskomst blijkt, dat de producten uit Duitsland komen.

De zee-elfen

Weer een dag later worden we aangespoord om rustig de tijd te nemen om in de natuur te zijn. Geen boeken mee, ook geen zwemspullen. We fietsen helemaal naar het Oerd: dat deel van het eiland, waar de mensen geen huizen en kampementen meer hebben gebouwd, het meest aan de natuur overgelaten deel van het eiland.  Als we vanaf uitzichtpunt de Oerdblinkert richting Buren fietsen, valt Nienke een dennenboom op. De enige boom op een heuveltje, in een verder weids landschap. Wij laten onze gehuurde snelfietsen in een duinpannetje achter en lopen naar de dennenboom toe. Er blijken links en rechts van de boom twee en drie jonge zaailingen bij te staan, als een soort toegangswachters. De den verschaft ons een heerlijke schaduwplek, terwijl een zacht briesje ons enige broodnodige verkoeling biedt op deze tropisch hete dag. Wij maken het ons daar gemakkelijk en na onze lunch wordt het onze siëstaplek, met weids uitzicht.  Als Eric slaapt en Nienke doezelt, maken zee-elfen contact met haar.  Ze hebben haar duidelijk gescand, want ze zeggen dat de informatie die we tot dan toe naar buiten hebben gebracht, niet compleet is. Daarom willen ze graag iets delen over henzelf. Zee-elfen zijn minder de dualiteit ingegaan dan nimfen en elfen. Ooit waren nimfen en elfen één> Zee-elfen zijn nog steeds veel meer in eenheid. Het woord zegt het immers al: zee, het water delen ze met de nimfen, en elfen. Ze melden dat ze nooit het contact met hun thuisplaneet zijn kwijtgeraakt. Voor elfen en nimfen zijn hun paden al uiteen gegaan in het Andromeda-stelsel. Ze zijn op Aarde het contact met hun nimfen- en elfenplaneten kwijt geraakt, maar krijgen dat in deze tijd gelukkig via sterrenpoorten steeds meer terug. Maar zee-elfen hebben geen dualiteits-ontwikkeling meegemaakt via Andromeda: voor velen ons moederuniversum, zeker voor natuurwezens en mensen die ‘iets hebben’ met natuurwezens. Zee-elfen zijn rechtstreeks verbonden met Lyra, voor de meesten van ons ons grootmoeder-universum. Zee-elfen leven volgens henzelf in grote puurheid op de grens van land en water, maar dan wel in ongerepte gebieden, overal op Aarde. Ze houden de herinnering voor ons levend aan eenheid en aan ons oorspronkelijke grootmoeder-universum Lyra, juist op die grens van water en land (wat op zich een soort dualiteit is).

Als Eric zich later even verwijdert van ‘onze’ plek, komen er talrijke vlinders in vele soorten om Nienke heen dartelen. Ze ervaart het als heel speciaal, te meer, omdat het alleen maar op dat moment gebeurt, niet ervoor, niet erna, in de vele uren die ze hier doorbrengen. Nienke deelt haar ervaringen met Eric, die later voor een tweede keer in slaap valt. Nienke wordt weer heel doezelig.

De zee-elfen maken wederom contact en zeggen dat we een zegening ontvangen van Vrouwe Rixt, de deva van Ameland en van Foste. Nienke vraagt hen wie Foste is. Foste is volgens de zee-elfen de god  van de bossen van Ameland. Deze dennenboom staat op een speciale plek, als enige boom in de wijde omtrek, op een hogere heuvel dan de omringende duinen. Nienke voelt die zegening niet speciaal, maar vertelt alles wel aan Eric, als hij weer wakker wordt.  Of was dat speciale tovermoment met al die vlinders misschien de zegening?

Eric:

De dennenboom

 Ik maak contact met de dik-stammige boom dennenboom waar we bij zijn neergestreken. Die meldt: "Ja, ik sta hier al lang, altijd in het nu, dus met een eeuwigheidgevoel in me. Ik ben omgeven door de elementen. De aarde waarin ik diep geworteld ben en het water dat de regen mij brengt dat ik opzuig, omgeven door de lucht en met het hemelvuur van de zon om mij te verwarmen en energie en informatie te geven. Ja, sommige van mijn takken zijn dor geworden en dragen geen naalden meer, maar andere staan er juist vol mee,  glanzend uitgestrekt naar de zon. Ik voel mij altijd opgenomen in al het leven waar ik mee verbonden ben, de vogels, de winden, de insecten en vlinders, moeiteloos mee bewegend met de wisseling der seizoenen, die nu veel zon brengen, maar soms ook wilde stormen en zware regens.”

Vrouwe Rixt van Ameland

Terugfietsend maken wij even pauze op een bankje. Ik vraag om contact met Rixt, de deva van Ameland, en zij zegt mij innerlijk het volgende: "Die plek waar jullie waren, is een heilige plek. Het is een van mijn ankerplekken op het eiland, voor zover ik een ankerplek nodig heb, want het hele eiland bewoon ik als mijn plek. Ameland kan mensen rust geven en hun contact met de natuur weer wakker doen worden, dat in het drukke stadsleven veel moeilijker te bereiken is. Mits mensen bereid zijn om op de fiets of te voet over mijn duinweggetjes en stranden te gaan , zonder elektronische speeltjes en geluidjes. De vogels maken meer dan genoeg geluiden en het is een vrolijke en speelse bezigheid om dat te gaan onderscheiden. De luchten kunnen jullie de weidsheid van het leven terug geven en het bruisen van de golven een eeuwigheidgevoel. Zeker, vrijwel steeds waaien er winden om je oren, die de vogels op hun vleugels de lucht in dragen, of naar de zee om visjes te vangen, of naar de jongen, om ze te voeren. Laat de zon toe op je huid en laten de fijne zandkorrels je voeten omspelen. En wees gezegend op Ameland.”

Het is alsof ik vandaag een grotere verbondenheid met de hele natuur om mij heen heb beleefd, dan ik in lange tijd, misschien wel dit hele leven, heb kunnen voelen, in alle rust, schoonheid en weidsheid.  Ik herken het van ooit en het is toch nieuw: opgenomen in een groter thuis.  Zo’n soort thuis kan de landman vertrouwd zijn, maar de stedeling is het vaak totaal kwijt geraakt. En hoe velen leven nog op het land, in dagelijks contact met de dieren en de planten?