HET BLOEMENELFJE

De tijgerlelie bloeide uitbundig. Geen wonder, want het was een volmaakte, beginnende zomerochtend. Drie prachtige bloemen ontvouwden zich in het prille ochtendlicht. De tijgerlelie had een elementaalwezen, een elfje. Een bloemenelfje, zoals iedere bloem dat heeft.
 
Elfje Lily was ragfijn gehuld in dezelfde kleuren als haar bloem. Zachtjes kuste ze de pas geopende bloemblaadjes, één voor één. Ze zong hen toe hoe prachtig ze waren en hoe fijn de zon scheen. De bloemen openden zich nog ietsje verder onder haar tedere aandacht. Ze genoot van de beginnende warmte, van de zon op haar gazen vleugels, van de prachtige bloemen en van heel het lieve leven. Ze was zo blij, dat alweer een volgend lied te horen was. Ieder lied had een betekenis.
 
De bloemenelfjes van de andere bloemen in de tuin deden vrolijk mee. Een veelstemmig lied weerklonk, een ode van dankbaarheid om deze mooie zomerdag, om de zon die zo heerlijk scheen en aan heel het lieve leven. De tuin baadde zich nu in zonlicht en was vol leven. Leven, gevoed door de bloemenelfjes.