KABOUTERLEVEN

De vrouw scheen het niet te merken, al was ze wakker. Buiten was het licht, door de in de buitenlantaarn oplichtende sneeuw. Het kierde langs de gordijnen de kamer binnen. Ze was klaar wakker en toch scheen ze niet te merken dat de tuin vol was van bedrijvigheid. Kaboutervoetjes renden heen en weer. Ze waren opgewonden door wat het nieuwe licht hen bracht. Ze hadden er om gevraagd, er om gebeden. Zoveel mensen hadden zich verbonden in een wereldwijde meditatie en gevraagd om meer licht, meer inzicht, meer vrede, meer bewustzijn.  De kabouters vonden dat ze daar ook om konden vragen en sloten zich er bij aan.

En zowaar, in de nacht van het nieuwe jaar was daar dat licht. Dat blauwachtige licht dat als een zuil uit de hemel neerdaalde rondom een boom en zich verankerde in de aarde. De kabouters waren ademloos van verwondering. Al snel kwamen ze van heinde en ver op het nieuwe licht af. Het was alsof ijle wezens via die lichtzuil naar de aarde toe kwamen, alsof ze zich met hen konden verbinden. De eerste kabouters durfden in de zuil van licht te gaan staan. Ze merkten dat ze konden communiceren met hen, die de aarde kwamen vereren met een bezoek. Een nieuw contact was geboren. Een contact om gelukkig mee te zijn, want de nieuw aangekomenen bleken veel wijzer te zijn dan zij.

Veel nieuwe technologie werd aangereikt om het kabouterleven te verrijken en via de kabouters de mensen van de nieuwe tijd. Zij, die niet meer geloofden in eigen gewin, maar die zich sterk wilden maken voor eenheid en verbondenheid, voor een zuivering van de aarde, voor eerlijker delen: die mensen wilden de kabouters bereiken. Ze hadden ooit afstand genomen van de mensheid, toen die de verbondenheid met de natuurrijken steeds verder loslieten. Nu wilden ze nieuwe samenwerking, maar alleen met die mensen die met een hart vol liefde voor de aarde, de mensheid en de natuur klaar stonden.

 En zo brak een nieuwe tijd aan. Een tijd van verbondenheid. Steeds meer mensen konden het kleine volkje waarnemen. Steeds meer mensen wilden leven in een grotere verbondenheid. Steeds meer mensen werden opmerkzaam op wat nodig was en dienden het leven naar vermogen.